14 Zelfbeeld Zelfvertrouwen
14. Zelfbeeld - Zelfvertrouwen
Wanneer de normen variëren, variëren overeenkomstig ook de belevingen van bepaalde feiten. Verwacht ik een enorm applaus en is er een neutrale opstelling, dan beleef ik een enorme verwerping, dus pijn.
Als de norm slingert, slingert mijn belevingswereld en slingert dientengevolge ook mijn zelfvertrouwen.
Een labiel gevoelsleven, een gering zelfvertrouwen, kàn veroorzaakt worden door te grote schommelingen van de gestelde normen.
Deze normen vormen immers voor een zeer groot deel de belevingswereld van de mens en dus ook de beleving van zijn zelfbeeld.
Bij spanningen gaan de eisen vaak omhoog, nu ziet men niets meer door
de vingers, gevolg dat de beleefde tekorten nog meer oplopen en de spanningen vergroten en… het conflict versterkt zichzelf, tot de uitbarsting erop volgt. Normen, in ons denken verankerd, bepalen voor een groot deel onze ‘sociale vaardigheden’. Omgang met normen geeft ons soepelheid in omgang met mensen.
Vragen:
1. Slingeringen in het stemmingsleven ontstaan soms door wisseling van groep, klas, woonplaats. Hoe komt dit?
2. ‘Slechte omgang bederft goede zeden’. Hoe werkt dat?
3. Wettische christenen zijn vaak depressief. Waarom?
4. Zeer populaire artiesten komen soms zomaar tot zelfmoord. Waarom?
5. Strenge ouders hebben vaak angstige kinderen. Waarom?
- Inleiding
- 1. Mens: een beelddrager
- 2. Beeldoverdracht
- 3. Beeldstoring
- 4. Gods weefgetouw
- 5. Vervangend vaderschap
- 6. Geen woorden
- 7. Generatieconflict
- 8. De mens alleen
- 9. De maatbeker
- 10. Maatwerk of vaatwerk
- 11. Krachten op het zelfbeeld
- 12. Zelfbeeld in wording
- 13. Beleving bron van reactie
- 14. Zelfbeeld - zelfvertrouwen
- 15. Alles varieert
- 16. Beeld en spiegelbeeld
- 17. Rolgedrag en zelfacceptatie
- 18. Doop in de heilige Geest - vervulling met de heilige Geest
- 19. De Geest leidt tot bestemming
- 20. Boom en vrucht
- 21. Normpatroon
- 22. Normscala
- 23. Sterk en zwak
- 24. Twee opvoeders
- 25. Druk en kwetsbaarheid
- 26. Druk scheidt vaneen !
- 27. Verwerping
- 28. Acceptatie
- 29. Hoogmoed - Angst - Depressie
- 30. Normpatroon geweven
- 31. Gedrag en gedachten
- 32. Functie van schuld- en schaamtegevoelens
- 33. Het generatieconflict
- 34. Het vaderbeeld
- 35. Normspanning - Bloedband
- 36. Doen of Doel
- 37. ´Ieder in z´n eigen taal´
- 38. Woord in wording
- 39. Wat is liefde
- 40. Vorming van zelfbeeld
- 41. Herschepping - Herplaatsing - Herwaardering
- 42. Zelfbeeld en relaties
- 43. Beeldoverdracht tot slot
- Slot


