32 Functie van schuld en schaamtegevoelens
32. Functie van schuld- en schaamtegevoelens
Het lichaam wordt door honger- en dorstgevoelens gedreven tot verzorging door voeding. Evenzo wordt het door gevoelens van koude gedreven tot verwarming. Zonder deze ‘op zichzelf onprettig te noemen’ gevoelens zou het lichaam ondervoed en onderkoeld raken en dus sterven. De ziel kent schuldgevoelens die een mens doen zoeken naar vergeving, en zo een goede relatie met de ander.
Ook kent de ziel schaamtegevoelens, die vragen om uit de weg geruimd te worden, ook weer om de relatie te zuiveren.
Zonder schuld- en schaamtegevoelens zou de ziel de mens niet kunnen laten leven in zuivere relaties. Het gevolg zou ook hier zijn isolement en dus de dood.
Wat honger- en koudegevoelens voor het lichaam zijn, dat zijn schuld- en schaamtegevoelens voor de ziel.
Beide zijn van vitaal belang voor een harmonieus leven van de mens met zichzelf, met zijn omgeving èn met God.
Ontkenning van schuld verlamt schuldgevoel en voert af naar de geestelijke dood.
Vragen:
1. Noem drie redenen waarom het ‘psychologisch denken’ van Freud afvoert naar de geestelijke dood.
2. Hoe zijn valse schuldgevoelens te vergelijken met snoepzucht? Zou er een verband tussen die twee kunnen zijn? Zoja, hoe?
3. Valse schaamte verkilt vaak relaties. Hoe kan dit lichamelijk uitwerken?
4. Via schuld- en schaamtegevoelens is gedrag te beïnvloeden. Vind je dit positief?
5. Bij opvoeding is het ‘gedrag beïnvloeden’ vaak het belangrijkste. Waarom?
In de tekening gebruikte tekst:
Ps. 73:3-5 Want ik was afgunstig op de hoogmoedigen, toen ik de voorspoed der goddelozen zag. Want moeiten hebben zij niet, gaaf en welgedaan is hun lichaam; in de kwelling der stervelingen delen zij niet, en met andere mensen worden zij niet geplaagd.
Ps. 73: 23-25 Nochtans zal ik bestendig bij U zijn, Gij hebt mijn rechterhand gevat; Gij zult mij leiden door uw raad, en daarna mij in heerlijkheid opnemen. Wie heb ik (nevens U) in de hemel? Nevens U begeer ik niets op aarde.
- Inleiding
- 1. Mens: een beelddrager
- 2. Beeldoverdracht
- 3. Beeldstoring
- 4. Gods weefgetouw
- 5. Vervangend vaderschap
- 6. Geen woorden
- 7. Generatieconflict
- 8. De mens alleen
- 9. De maatbeker
- 10. Maatwerk of vaatwerk
- 11. Krachten op het zelfbeeld
- 12. Zelfbeeld in wording
- 13. Beleving bron van reactie
- 14. Zelfbeeld - zelfvertrouwen
- 15. Alles varieert
- 16. Beeld en spiegelbeeld
- 17. Rolgedrag en zelfacceptatie
- 18. Doop in de heilige Geest - vervulling met de heilige Geest
- 19. De Geest leidt tot bestemming
- 20. Boom en vrucht
- 21. Normpatroon
- 22. Normscala
- 23. Sterk en zwak
- 24. Twee opvoeders
- 25. Druk en kwetsbaarheid
- 26. Druk scheidt vaneen !
- 27. Verwerping
- 28. Acceptatie
- 29. Hoogmoed - Angst - Depressie
- 30. Normpatroon geweven
- 31. Gedrag en gedachten
- 32. Functie van schuld- en schaamtegevoelens
- 33. Het generatieconflict
- 34. Het vaderbeeld
- 35. Normspanning - Bloedband
- 36. Doen of Doel
- 37. ´Ieder in z´n eigen taal´
- 38. Woord in wording
- 39. Wat is liefde
- 40. Vorming van zelfbeeld
- 41. Herschepping - Herplaatsing - Herwaardering
- 42. Zelfbeeld en relaties
- 43. Beeldoverdracht tot slot
- Slot


